bojana mladenović

home

VIOLET – PARALLELLE LEVENS ZONDER PATHETIEK

Voorstelling: Violet door Bojana Mladenovic, Frascati Producties

Door: Sara van der Kooi

Misschien zit de buurvrouw hiernaast nu ook aan het ontbijt, leest ze dezelfde krant, aait ze de kat. Wat de afstand tussen twee personen ook bepaalt, geografische coördinaten zijn niet doorslaggevend. Een geliefde die op wereldreis is, kan meer nabij voelen dan degene met wie je het avondeten deelt. Die kwestie van verbondenheid, van nabijheid en afstand tussen mensen, behandelt de performance Violet van de Servische theatermaakster Bojana Mladenovic. Een voorstelling door en over twee vrouwen – twee nichten – die als kinderen samen optrokken en die nu, in dezelfde stad, zeer verschillende maar toch op elkaar lijkende levens leiden. Op een onnadrukkelijke manier laat deze geënsceneerde biografie zien hoe parallel geleide mensenlevens langs elkaar schuren en elkaar soms raken.
Links of rechts
Bij binnenkomst moet je kiezen: vlinder of zeemeermin. Vlinder is links, de keuze zeemeermin leidt naar rechts. Ik kies voor rechts. De theaterzaal is in tweeën opgedeeld, in het midden gesplitst door twee ruggelings geplaatste tribunes en lange gordijnen. Het vlinder- en het zeemeerminpubliek bevinden zich dus in dezelfde ruimte, ze zien elkaar niet maar kunnen elkaar wel horen. Op de speelvloer een kamerbreed lila pluchen kleed en een enorme paarsbruine pluchen zitzak. Iedere toeschouwer krijgt een grote enveloppe met daarin vijf kleine, genummerde enveloppen. Telkens als het tribunelicht aangaat moeten we eentje hiervan openen. Meestal zit er een vraag die je schriftelijk moet beantwoorden. Enkele antwoorden worden door de performers voorgelezen. Eén enveloppe bevat een gedicht en een chocolaatje.
Plots gaat het licht uit. Er klinkt een luid geritsel, versterkt, iemand gaat op de zitzak liggen. Wanneer eindelijk het licht aangaat, ligt er een zeemeermin. Ze ligt met het gezicht van het publiek afgewend, haar rug bruin en bloot. Onderaan de rug, precies bij de aanzet van haar welgevormde billen, begint een lichtblauwe stoffen staart. In het bleekblond geverfde haar steekt een nepdiamanten speld. Zo ligt ze minutenlang, doodstil. Af en toe klinkt er een flard zijige loungemuziek. Dan ineens staat ze op, een glimp tonend van haar machtige borsten en indrukwekkende tatoeages. Zakelijk en doelgericht trekt ze de staart uit en een spijkerbroek met bruin truitje aan. Desondanks is het direct duidelijk: we kijken naar iemand wier lichaam haar broodwinning is.
Dan draait ze zich om naar het publiek, een volwassen meisje met zwoele lippen en een uitdagende en ook iets schuchtere oogopslag. Ze is duidelijk gewend om bekeken te worden maar niet om zonder de rol van verleider tegenover een publiek te staan. Na een kort overleg met haar nicht in het Servisch (door hun zendmicrofoontje communiceren ze hardop, het publiek luistert mee) begint ze te spreken, zelfverzekerd en tegelijk onzeker. Niet over zichzelf maar over de vlinder vertelt ze, de vrouw in de andere helft van de zaal. Bonny noemt ze haar, het is haar jongere nichtje. Deze op haar beurt stelt haar oudere nicht voor als Lilly. Het werkt als een simultaanvertaling, dit voorstelrondje waar ze elkaar aan onderwerpen. Lilly is opgegroeid in Parijs, zo vertelt ze in het Frans en zo vertaalt Bonny in het Engels. Ruim tien jaar geleden kwam ze naar Amsterdam. Een danseres, net zoals haar nichtje. En evenals zij geen ballerina maar een heel ander soort performer. Waar de jongste zich van klassiek danser ontwikkelde tot avant-gardistische performancemaker, werd de oudste een stripteasedanseres in een bekende club.
Tearjerker
Geleidelijk aan wordt duidelijk hoe de levens van deze twee vrouwen met elkaar vervlochten zijn. Ze delen hun moedertaal, familie, geschiedenis, woonplaats, en in zekere zin zijn ze collega’s. Materiaal genoeg voor een pathetische tearjerker, lijkt het. Maar deze valkuil wordt slim vermeden, het gegeven afstand versus verbondenheid verkennen ze zonder vals sentiment. Door met de responskaartjes aangenaam ontregelende vragen aan de aanwezigen te stellen – en sommige antwoorden vervolgens voor te lezen – scheppen de twee een prettige, observerende afstand tot hun toeschouwers, worden ze zelf observator. “What would you like to see next?” vragen ze bijvoorbeeld. De ingevulde kaartjes worden verzameld en even later door de vrouwen beurtelings voorgelezen. De antwoorden zijn soms wat pathetisch (“A rainbow”) of een tikkeltje pervers (“The two of you dancing together”) maar lijken toch vooral vanuit een oprechte nieuwsgierigheid geformuleerd.
Die nieuwsgierigheid hebben de vrouwen waarschijnlijk aan hun zorgvuldige en zachtaardige publieksbenadering te danken. Er gebeurt in het andere deel van de zaal iets wat je niet ziet, maar dat geeft geen gevoel van dreiging. Enkel nieuwsgierigheid: wat zien, doen, ervaren de onzichtbare mensen die achter ons zitten? We leven in gescheiden werelden maar – anders dan in het dagelijkse leven – prikkelt dat feit je in Violet wel om even om het hoekje te willen kijken. Zelf doen de vrouwen dat even, aan het begin van de performance. En die kans wordt het publiek uiteindelijk ook geboden. “Would you like to see a striptease?” staat er op het laatste kaartje. Wie ‘ja’ kiest, gaat naar de kant van Bonny. Wie ‘nee’ kiest, komt aan de andere kant van de zaal te zitten.
Ik kies ‘nee’, vind dat de vrouwen zich al genoeg hebben blootgegeven. Ze hebben ons – bijna terloops – iets verteld over hun uiterlijk en hun achtergrond, hun huis, hun voorkeuren, verloren en vervulde dromen, de onvoorziene wegen die ze hebben bewandeld. Ik krijg een oud familiefilmpje te zien van een vakantie in Parijs. Wie wie is, wordt niet volledig duidelijk. Een stel kinderen smult van een grote meloen. In het kleinste meisje herken je Bonny, met haar grote blauwe ogen. Van haar nicht kan je slechts vermoeden wie het is. Het is een aardig filmpje, maar terwijl ik ernaar kijk weet ik dat achter mij, in dezelfde ruimte, een striptease gaande is. Zal ik toch niet even een blik om de hoek werpen?
Violet toont zonder pathetische plakkerigheid hoe ieder zijn eigen leven aanpakt en invult. De voorstelling roept vragen op over de consequenties van de stappen die je in je leven zet. Kies je zelf voor de inrichting van je leven of beslist het leven voor jou? Wat bepaalt op welke sport van de sociale en maatschappelijke ladder je komt te staan? Clichématige vragen die echter niet gaan irriteren omdat ze zonder druk of moralisme voorbij komen. Violet geeft bovendien geen pasklaar antwoord. Het is een onvolledig, even persoonlijk als universeel portret, dat vooroordelen over de nabije ander bevestigt en deze tezelfdertijd slecht. Een theatrale verbeelding van wat Slauerhoff al dichtte: “Wij komen nooit meer saam:/ de wereld drong zich tussenbeide”.


Sara van der Kooi - www.domeinvoorkunstkritiek.nl